ATRA

Posted on 30 april 2011

5


Het is ruim 11 jaar geleden. Wanhopig belde mijn broer uit Iran en vroeg of ik met een recept van dokter De Boer een medicijn kon regelen voor mijn zus bij wie de dag ervoor, na twee maanden genadeloze pijn in de botten, leukemie geconstateerd was. Huilend aan de telefoon vertelde hij dat ik het medicijn onmiddellijk moest kopen en dezelfde dag op Schiphol aan een willekeurige reiziger meegeven die naar Iran ging. Haar arts had het binnen 48 uur nodig.

Ik hing op en belde vader De Boer. ‘Het medicijn heet ATRA, niet te verkrijgen in Iran, economische boycot’. Ik ratelde huilend niet samenhangende zinnen door de telefoon. Vader De Boer vroeg of ik rustig uit kon leggen wat ik nodig had. Dat deed ik. Het bleek dat ATRA uitsluitend in ziekenhuizen te verkrijgen was. Hij faxte een recept naar de apotheek van het academische ziekenhuis in Utrecht. Ik kocht het en ging er mee naar Schiphol.

Een vlucht van KLM ging naar Iran. Er waren niet veel Iraniërs, omdat zij vaak met Iran Air vliegen. Ik zag een oudere dame naast een jonge man op de bank zitten. Uit de manier waarop ze haar hoofddoek geknoopt had maakte ik op dat ze Iraniërs moesten zijn. Ik liep naar hen toe en vroeg in het Perzisch of ze naar Iran gingen. Alleen de dame was de reizigster en de jonge man- haar zoon- kwam haar uitzwaaien. Ik lichtte – weer huilend- de situatie toe en vroeg of ze het medicijn mee wilde nemen. Het waren tabletjes. Dat wilde zij niet. Het zou onzin zijn dat Iran geen medicijnen zou hebben voor kankerpatiënten. Iran zou de beste artsen en ziekenhuizen ter  wereld hebben. En het zou de propaganda van het westen zijn dat niets aan dat land deugde.

Op dat moment mocht de hele wereldpolitiek van mij de pot op. Het enige dat toen telde was het leven van mijn 26 jarige zus die het zonder het medicijn niet zou redden. Het kon me niet schelen wie wel of geen gelijk had. En zeker kon ik niets met de chauvinistische gevoelens van een dame die het waarschijnlijk verraad aan volk en vaderland vond, om westerse medicijnen voor mijn zus mee te nemen.

‘U heeft gelijk, Iran heeft de beste artsen en ziekenhuizen. Maar mijn zus heeft dit medicijn nodig, en het is níet te verkrijgen in Iran. En volgens die allerbeste arts kan haar leven uitsluitend hiermee gered worden, zover het te redden valt.’

Na veel gesmeek wilde zij het meenemen, mits ik een verklaring mee kon geven van een arts op Schiphol waarin bevestigd werd dat het inderdaad een medicijn betrof. Gelukkig nam ze genoegen met een westerse verklaring. Samen met haar zoon liep ik naar de medische afdeling van Schiphol. Zij zeiden dat het wel een medicijn was, maar ze wilden geen schriftelijke verklaring afgeven. Het zou niet gebruikelijk zijn. Haar zoon zag mijn wanhoop en zei tegen mij dat hij zijn moeder wilde overtuigen om het mee te nemen. Het koste hem veel moeite om die hardnekkige moeder, die in mij een verrader zag, het medicijn mee te geven.

Midden in de nacht stond mijn familie op het vliegveld in Teheran met een bordje waarop Kazemi stond. De volgende dag begon de behandeling. De eerste twee dagen reageerde ze er goed op. Vanaf de derde dag begon haar lichaam ATRA af te stoten. Zij kreeg heftige allergische reacties waardoor met het medicijn gestopt moest worden. De behandeling ging door zonder het reddende ATRA. Na twee kuren voelde ze zich veel beter. Direct daarna kwam ze naar Nederland bij mij op bezoek, samen met haar toen 1-jarige dochter. Een week na haar komst keerde de leukemie terug en werd ze opgenomen in het ziekenhuis in Utrecht. Weer ATRA, weer heftige reacties. ATRA werd gestopt en daarmee ook de verdere behandeling die een week geduurd had. Haar leven was niet meer te redden!  

Wat wel te redden was had zij zelf al gered. En dat was de toekomst van haar geliefde dochter. Dat was de vrijheid, die de Iraanse autoriteiten van elke vrouw afnemen. Zij liet Saghar bij mij achter en ik beloofde haar tegen geen prijs naar Iran terug te sturen.  
Die belofte was niet nodig, zei ze. ‘Jij hebt voor grotere vuren gestaan, en ik weet zeker dat niemand Saghar van jou af kan pakken.’ En dat gebeurde ook niet. Mijn wil en de wens van een overleden moeder overschreden de ijzeren regels en de turflijst van de IND. Na vier jaar strijd gaf uiteindelijk Verdonk toe dat het uitzetten van een 5-jarig kind, wier moeder overleden was en die geen enkele beroep gedaan had op de Nederlandse staatskas, op zijn zachts gezegd niet sierlijk was.

Het regende, heel Nederland was aan het feesten. Farzaneh lag doodziek thuis. Antje, Samiyeh & Marc en Wafa waren om de beurt, naast mij, bij haar. De pijn had genadeloos toegeslagen. De dosis toegediende morfine was opgevoerd naar 600 ml. Het moment van het afscheid naderde snel. Zittend op de rand van haar bed, hield ik haar hand vast en aaide ik over haar gezicht en haren. Wafa zat geknield naast me. Ik zong een Perzisch slaapliedje en liet tegelijkertijd mijn tranen gaan. Haar snelle ademhaling werd rustiger en rustiger. En stopte helemaal. Einde vier maanden ziekte, einde leukemie! Het was 30 april 2000, 23.20 uur.

Een paar uur later arriveerden vader De Boer en Antje uit Schagen. Toen belde ik mijn vader en mijn broer in Iran. Hoe breng je als dochter en zus het bericht van het verlies van een jonge en zeer geliefde dochter en zus over?!
De volgende dag zat ik in Schagen bij vader & moeder De Boer. Ik kon de lege plek van mijn geliefde zus in Utrecht niet verdragen.

Wie weet, wellicht loopt iemand in Iran rond die gered is door uit Nederland verstuurde ATRA, die mijn zus voor haar vertrek uit Iran aan de rode halve maan schonk. ATRA die over de, met prikkeldraad beschermde, muren van de westerse economische sancties tegen het Iraanse volk heen klom. En dat met het recept van een Nederlandse arts die de boycot tegen het volk van zijn Iraanse dochter ondermijnde.

Posted in: Geen categorie