Loonstrook als toegangsbewijs voor Nederlanderschap!

Posted on 31 maart 2011

2


Bijna vijf jaar lang had ik op het beloofde moment gewacht om die veel begeerde Nederlandse nationaliteit aan te vragen. Met een rugzak vol kennis van de Nederlandse geschiedenis, topografie, gewoonten en uiteraard de taal fietste ik eind 1997 naar het gemeentehuis in Utrecht. Ik woonde bijna vijf jaar in dit land. Dankzij een intensieve taalcursus aan de universiteit van Utrecht kende ik binnen vier maanden de taal. Vervolgens kon ik aan dezelfde universiteit gaan studeren, algemene sociale wetenschappen. Alleen al het uitspreken van mijn studierichting vereiste een behoorlijke beheersing van de Nederlandse taal, laat staan het bestuderen van de inhoud ervan. Gedurende de ruim drie jaar dat ik op mijn verblijfsvergunning wachtte, was ik bevoorrecht om te mogen leren. De wetten waren toen nog humaner. Als asielzoeker had je nog recht op ontwikkeling. Je mocht Nederlands leren en vervolgens gaan studeren. Daardoor hoefde je niet dagelijks enkel de straten rondom je kamp te verkennen omdat je anders niets te doen had. Toen was men nog niet bang dat je te veel gehecht zou raken aan dit land, als je iets om handen had. Die beperkingen kwamen later. Toen de beleidsmakers erachter kwamen dat de taal mensen verbond aan Nederland en hun wetenschappelijke kennis het de politiek moreel bijna onmogelijk maakte om hen terug te sturen naar landen waar oorlog, onderdrukking of armoede geen ruimte overlieten voor hun talenten. We houden hun verdere ontwikkeling tegen en het probleem lost zich vanzelf op, was de achterliggende gedachte, zou ik denken. Alleen zo konden ze hun geweten sussen en de publieke opinie meekrijgen.

In die, voor asielzoekers nog, humane tijd mocht ik na vijf jaar rechtmatig verblijf in Nederland naturaliseren. Het was spannend. Ik moest afstand doen van mijn oorspronkelijke nationaliteit, ja toen al. Ik zou in het gemeentehuis getoetst worden op mijn kennis van het toekomstige vaderland. Ik zou gevraagd worden wat voor politiek systeem Nederland heeft en aan wie dat te danken is. Ik zou het eerste couplet van Wilhelmus uit mijn hoofd kennen.

In een hokje op het gemeentehuis nam ik plaats tegenover een ambtenaar. Hij schoof, zonder een woord te veel gezegd te hebben, twee formulieren voor me die ik moest ondertekenen. ‘Hiermee verklaart u afstand te nemen van uw Iraanse nationaliteit en met het andere formulier vraagt u de Nederlandse nationaliteit aan.’ Vluchtig nam ik ze door. Het zal wel goed zijn, dacht ik. En ik ondertekende ze. Hij gaf me vervolgens een hand en ik mocht weg.
Geen topografie, geen vaderlandse geschiedenis, geen koningin, geen grondwet, geen Wilhelmus.

De teleurstelling was enorm, vele malen groter dan de pijn die ik voelde door het afstaan van mijn oorspronkelijke nationaliteit. Op de terugweg naar huis zat mijn gezicht onder de tranen en ik heb nooit geweten waarom. Een paar maanden later kreeg ik een brief van de koningin dat ik Nederlander geworden was, met behoud van mijn Iraanse nationaliteit. Een Iraniër moet altijd een Iraniër blijven van de Iraanse autoriteiten. Toen was het woede die zich van mij meester maakte. Ik schreeuwde: ik ben een vrij mens en ik mag zelf bepalen welke nationaliteit ik niet wil bezitten.

Het was 13 jaar geleden. Inmiddels lijkt kennis van het Wilhelmus, vaderlandse geschiedenis en de gewoonten van het land- al dan niet getoetst- niet voldoende te zijn. Deze moet aangevuld worden met een minimumloon. Je moet meer verdienen dan een student verdient om die veel begeerde nationaliteit te kopen, als het aan onze Christen Democraat Donner ligt. Voor wat, hoort wat! Het principe van de wederkerigheid komt in haar meest ordinaire uiting om de hoek kijken. De verbondenheid aan een land wordt hiermee in geld uitgedrukt. Ik begrijp de Calvinistische moraal die ten grondslag ligt aan zijn voorstel. Maar vanuit mijn niet-Christelijke inborst vind ik deze moraal onacceptabel. Wat doen we bovendien met Nederlanders die de Nederlandse nationaliteit al bezitten en minder dan het minimumloon verdienen? Gaan we hen stateloos verklaren?

Het te koop aanbieden van de nationaliteit waarmee we ons identificeren en waarop we als Nederlander zo trots zijn, is ver onder de maat. Ik schaam me hiervoor, als geworden Nederlander. Ik schaam me er voor dat duizenden Nederlanders die, volgens de Donner-norm, onvoldoende verdienen niet voor vol worden aangezien.

Wellicht ben ik een idealist die te ver afstaat van de CDA-waarden; de waarden die afhankelijk van de dagkoers wel of niet in het partijprogramma komen te staan.

Posted in: Politiek