VINEX-wijk, het ondergeschoven kindje van na de crisis

Posted on 23 oktober 2010

0


Als VINEX- bewoner zakte ik steeds verder in mijn stoel weg toen tijdens een bijeenkomst met de top van de ontwikkelende partijen en de overheden men kritiek uitte op deze naar zijn mening door god verlaten stadsgebieden. Weinig zou deugen aan de VINEX-wijken. Ons mooi wijkje met zijn gevarieerde woonmilieus, waar ik al vier jaar lang met mijn gezin plezierig woon, kwam op mijn netvlies staan. De school van onze dochter met haar 700 leerlingen, het kleine winkelcentrum waaronder ik gratis kan parkeren om vervolgens rustig mijn boodschappen te doen, mooi ontworpen lantarenpalen op de laan naast mijn huis, de rozenstruiken in de middenberm van die laan. Het vijvertje tegenover mijn huis, waar onze dochter in de bevroren winterdagen trots kan schaatsen. De watervilla’s met hun bijzondere architectuur. De twee onder een kap huizen met puntdaken. De villa’s en eengezinswoningen met platte daken, U-vormige appartementengebouw tegenover onze woning. Twee tramlijnen die dit door god verlaten gebied met het bruisende – om niet van druk te spreken – stadscentrum in verbinding brengen.  De calamiteitenpolder waar mijn echtgenoot hardloopt en zelfs lepelaars tegenkomt. Dat hij elke keer opnieuw teleurgesteld raakt als hij slechts een hmm hoort van onze dochter en mij wanneer hij enthousiast over allerlei vogels in die polder praat is niet ter zake.

Weggezakt in mijn stoel tijdens die bijeenkomst kwam ik erachter dat mijn wijk en alle andere VINEX-wijken  in een moment van verstandsverbijstering voor de crisis massaal op een verlaten gebied neergezet zijn. Ontwikkelaars, architecten, stedenbouwkundigen, gemeenten, bouwers? Nee, die zijn pas twee jaar geleden ontstaan. Marktonderzoek? Nee, dat was toen nog niet uitgevonden. Burger? Nee, die noemden we toen iets anders.
Ik weet het: toen waren het de Marsmannetjes die dingen bedachten en uitvoerden voor de kabouterbewoners die de hele dag houthakten in het bos en `s avonds terugkeerden in hun kabouterhuis en met een beetje geluk troffen ze een prinsesje in hun bed. Gelukkig zijn die tijden voorbij. Lang leve de crisis die iedereen wakker geschud heeft en de hersenen gemasseerd. We zijn ineens allemaal omgetoverd in de respectvolle burgers met grote wensen die vooral een voor een uit gaan komen. Maar wat gebeurt er met ik-kabouter als bewoner van een kabouterwijk die ooit VINEX heette? Moet ik nog van mijn wijk blijven houden en er trots op zijn?
Kom op mensen laat ons niet doorschieten in onze waarneming dat we al die jaren met zo’n allen erg dom bezig geweest zijn. Voordat je weet gaan we de crisis heilig verklaren ook nog!

Posted in: Maatschappelijk